Rekto:Verso – Beste Barbara Raes (#3)

Aankomend jaar zal ik 10 brieven schrijven voor Rekto:Verso.

Hieronder brief #3

 


Beste Barbara Raes,

Door Emma Lesuis op 9 augustus 2018

 

Elke vrijdag schrijft een van onze vijf vaste online correspondenten een brief aan iemand. Deze week getuigt Emma Lesuis bij de gastcurator van Theater Aan Zee over haar paradoxale ervaring op het festival. ‘Een ruimte, fysiek of mentaal, die beklemmend aandoet, is iets om tegen te strijden.’

Loslaten. Het was alsof je dit woord op Theater Aan Zee zachtjes in de oren van alle bezoekers fluisterde. ’We missen rituelen,’ zei je in een interview. Als gastcurator bracht je ze naar het festival: zowel de dood als het leven en alles ertussenin kwam aan de oppervlakte.

Al fluisterend stuurde je een kind voor zonsopkomst de zee op om verdriet dat kolkte van binnen, weg te spoelen door de golven van de Noordzee. Samen met de zonnekoningin en de kapitein bezongen de kinderen een nieuwe dag. Hoewel dit ritueel uitgesloten was voor (fysiek) publiek, kan ik me voorstellen hoe ze daar stonden, met de handjes op de reling, tegen het ruisen in.

De samenleving is geen festival waarin alles geregisseerd kan worden, zo bleek.

Dat ons beschermlaagje als mens soms zo dun kan zijn of zelfs compleet verdwenen, dat was de kwetsbaarheid die – als dat touwvan Ief Spincemaille van 65 meter lang – door het programma verweven zat. De dood werd aangeklaagd, tijdens een familieopstelling werd ‘the pain of others’ afgetast en in de docuvoorstelling Zvizdal volgden we het einde des levens van het ontroerende koppel Pétro en Nadia.

Er werden weinig antwoorden gegeven, er was ruimte om te zeggen en te voelen en te zijn. Dat is precies wat rituelen zijn: ingekaderde momenten waarop je dichter en dieper tot je eigen menszijn mag komen. Maar de samenleving is geen festival waarin alles geregisseerd kan worden, zo bleek.

In de lift van CC De Grote Post maakte ik mee dat net die ruimte die je wilde openen, niet aanwezig was. Voor mij stonden vier cultuurbobo’s op weg naar de top. In het Antwerps begonnen vrouw en man mij te bekritiseren. Luid. Beledigend. Over mijn hoofd heen, alsof ik er niet stond. Hoe kon ik er zo bij lopen, in een badpak en een broekje aan en een petje op met dope? De kritiek hield vier etages lang aan.

Je gefluister werd – helaas – volledig overstemd door geblaat van (oude) (witte) mannen die alle ruimte innamen.

De monden van mij en mijn vriendin bleven vol tanden. Eigenlijk zag het badpak er niet meer of minder uit dan een spaghettitop met rode stippen. Geen buik, geen bil, geen tepel. ’En als ik dat nu had aangehad, zouden ze dat dan ook allemaal hebben gezegd?’ vroeg mijn West-Vlaamse vriendin zich verstomd af. Zelf liet ik het los, zoals je fluisterde.

Maar toen we ’s avonds de late night talkshow meepikten, werd je gefluister – helaas – volledig overstemd door geblaat van (oude) (witte) mannen die alle ruimte innamen. Waar waren de vrouwen? Het begon met de hoofdgast die een lang, warrig verhaal vertelde alsof hij Sinterklaas was over de keer dat hij Sinterklaas was en toen en toen. (Daar bedacht ik me dat ik, dat wij, vrouwen, of niet-witte mannen, nooit Sinterklaas mogen spelen, met alle privileges van dien. Soit.)

Vervolgens nam een mediaman het podium om het over zijn fantastische job te hebben. Ooit was hij backstage getuige geweest van hoe een artiest naast hem ‘een meisje neukte’. ‘Wat een fantastische job had ik,’ zei hij fier. En ‘ha-ha’ deed het publiek. De enige vrouw die in zijn praatje nog ter sprake kwam, was Gwyneth Paltrow waarmee hij de hele dag vertoefde, zonder dat hij wist wie ze was. ‘Maar ze was toch niet mijn type’, reduceerde hij haar tot een vleeshomp.

Deze talkshow stond in schril contrast met de thematiek die jij aansneed op het festival.

Het paste bij de huisstijl van de show dat er tot slot nog een boekje werd aangeprezen met de regels des levens, waarvan regel nummer 1 luidde: ‘respecteer het instituut’ (Dat vonden mijn vriendin en ik dan weer hilarisch, behalve dat het niet om te lachen was.) en dat de jonge muzikant afsloot met een slaapliedje.

Deze talkshow stond in schril contrast met de thematiek die jij aansneed op het festival. De kwetsbaarheid was – los van de muziek – ver te zoeken. Na afloop besprak ik de avond op de koer, de hang-out en netwerkplek van cultuurlovers. De adrenaline schoot door mijn badpak mijn haren in van al die mannelijkheid. Meteen sloeg de twijfel toe: overdreef ik door me hierover druk te maken? Lag het aan mijn gevoel voor humor? Kwam het door het voorval in de lift?

In het café van CC De Grote Post danste ik de nacht in op muziek van onder andere de te vroeg overleden jazzmuzikant Roger Cicero. Frauen regieren die Welt, schreef hij nog. ’s Nachts zwom ik in de zee, kopje onder, tegen de stroming in. En toen gebeurde pas echt datgene wat jij fluisterde.

ik zit vast tussen ruimte en grond
een dode ruimte, een onbevattelijke situatie
een deur die nergens toe leidt maar wel, werkelijk, constant, opengaat

De woorden zijn van Simone Atangana-Bekono, die dit jaar de TAZ Poëziedebuutprijs won. Naar aanleiding van de onderscheiding werd ze op deredactie.be geframed als ‘Zwart en Woedend’. Ironisch dat de beknotte ruimte die ze aankaart – en die ze met haar poëzie open probeert te breken – haar met zo’n stempel opnieuw beknot. (Zijn witte mensen ooit woedend? vroeg ik me af.)

Ik pleit graag voor meer Barbara Raes in de kunstensector.

De situatie in de lift legde mij letterlijk lam. Ik ben niet op mijn mondje gevallen, maar in dit soort situaties heb ik toch weinig woorden klaar. De samenleving is weliswaar geen festival, maar in een festival kan er wel naar een gelijkwaardige samenleving gestreefd worden. Waar er de ruimte is om te zeggen en te voelen en te zijn.

Beste Barbara, ik geloof dat jouw impact om de kwetsbare ruimte centraal te zetten, voor meer openheid heeft gezorgd, of die althans bespreekbaar heeft gemaakt. Daarvoor wil ik je danken. Ik pleit graag voor meer Barbara Raes in de kunstensector.

Volgend jaar is het thema ‘betrokkenheid’ en ook dat is, zo blijkt, hard nodig. Want een ruimte, fysiek of mentaal, die beklemmend aandoet, een ruimte waarin je niet jezelf kan zijn, een ruimte die gedomineerd wordt door steeds dezelfde soort mensen, is niet iets om los te laten, maar iets om tegen te strijden. We’ve got work to do. Misschien is het een idee, als ritueel, dat we volgend jaar met zijn allen kopje onder gaan? Om vervolgens weer opnieuw te beginnen?

Lieve groeten,

Emma